
Wet op de huurtoeslag
Artikel 39
1
De gemeente waarin in enig tijdvak dat loopt van 1 juli tot en met 30 juni van het daaropvolgende jaar het in artikel 38 genoemde percentage wordt overschreden, is aan het Rijk een financiële bijdrage verschuldigd.
2
De hoogte van de bijdrage is gelijk aan het aantal van de gevallen waarin in het tijdvak dat loopt van 1 juli tot en met 30 juni van het daaropvolgende jaar in die gemeente het in artikel 38 genoemde percentage werd overschreden verminderd met het aantal gevallen waarin de Belastingdienst/Toeslagen in overeenstemming met Onze Minister is afgeweken van het advies van burgemeester en wethouders, bedoeld in artikel 12, vermenigvuldigd met een bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld tarief. Daarbij is bepalend het aantal gevallen dat bij Onze Minister bekend is op 1 juli van het jaar volgend op het tijdvak, bedoeld in de eerste volzin.
3
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de berekening en de invordering van de verschuldigde financiële bijdrage.
4
Onze Minister kan, als in een bepaald geval de onverkorte toepassing van het eerste lid, gelet op het belang dat deze wet beoogt te beschermen, tot een onbillijkheid van overwegende aard zou leiden, afzien van toepassing van het eerste lid, dan wel een lagere bijdrage vaststellen dan voortvloeit uit toepassing van het tweede lid.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.